Mini's (F-jeugd)

De spelregels van minihandbal:

  • Speeltijd 2 x 15 minuten;
  • Spelen op een miniveld (20 meter lang x 12 tot 16 meter 
breed) met bij voorkeur minidoeltjes (van 2 bij 1.60 meter);
  • Er wordt gespeeld met een zachte bal, zodat er geen angst 
voor de bal hoeft te zijn, maar wel kan worden gestuit;
  • Elk team heeft 5 spelers op het veld (4 + wisselende 
keeper). Het ideale team telt daarom maximaal 
7 jongens en/of meisjes (hooguit 2 wissels);
  • De keeper mag mee in de aanval, waardoor 
er 5-4 overtal ontstaat. Er mag niet gescoord 
worden vanaf de eigen helft;
  • De kinderen spelen verplicht 
met een offensieve verdediging op de eigen speelhelft;
  • Eén of enkele vaardige kinderen individueel verdedigen, is verboden;
  • Na een doelpunt wordt het spel hervat met het uitspelen van de bal door de keeper 
vanuit het doelgebied (zonder fluitsignaal), dus niet vanaf de middenlijn;
  • Bal over de achterlijn betekent altijd uitworp voor de keeper (dus geen hoekworp);
  • Foutjes (zoals 2x stuit of meer dan 3 passen lopen) worden niet bestraft maar 
uitgelegd, waarna het balbezittende team verder gaat waar het was;
  • Na afloop van een wedstrijd zijn er shoot-outs. Elk kind start vanuit het midden, tipt richting doel 
en probeert te scoren. Wordt de bal onderweg verloren dan mag de speler vanaf die plaats verder gaan. Dit zorgt na de wedstrijd voor extra plezier en uitdaging.

.
Minihandbal


Aandachtspunten mini’s:

  • Per wedstrijd wordt de score bijgehouden. Uitslagen worden alleen gebruikt om de sterkte van de teams te bepalen. Ze worden niet in Sportlink verwerkt; ranglijsten zijn in deze leeftijdsgroep van ondergeschikt belang;
  • De scheidsrechter is spelleider en mag beperkt aanwijzingen geven aan beide teams volgens het Fairplay-principe;
  • Er is vooraf overleg tussen coaches en spelleider;
  • Coaches mogen eventueel ook in het speelveld lopen om het spel te begeleiden. 
Uiteraard wel volgens de regels van Fairplay. Geef de kinderen hierbij de kans om het spel zelf te ontdekken. Spelleider en coaches kunnen met elkaar overleggen en soms aanpassingen doen om een wedstrijd gelijkwaardiger te maken;
  • Hoe lastig ook... het publiek (de ouders) beperkt zich tot aanmoedigen en mag het spel niet voorzeggen, want dan wordt spelend leren onmogelijk;
  • Bij voorkeur worden er geen losse wedstrijden georganiseerd, maar zijn de wedstrijden onderdeel van een toernooi of spelfeest.