Get macromedia Flash Player Let op! Uw browser ondersteunt geen flash. Hierdoor kan de pagina niet optimaal worden weergegeven.
Klik op de banner links om flash te downloaden en te installeren.

Geld Lenen

Download nu de Handbal app!

Het grote zomerinterview – deel 2: Harrie Weerman
Het grote zomerinterview – deel 2: Harrie Weerman

Na het eerste, uitgebreide zomerinterview met Henk Groener van enkele weken geleden, schuiven we ditmaal aan bij Harrie Weerman, bondscoach van de nationale herenselectie. In de bar van het Nationaal Sport Centrum Papendal praten we over de ontwikkeling van de Oranje-heren, de mogelijke komst van een HandbalAcademie voor jongens en over zijn ambities. Zo blijkt tijdens het gesprek dat de aimabele Emmenaar samen met technisch directeur Ton van Linder en assistent-bondscoach Gino Smits op de achtergrond werkt aan een plan om de mannen in 2016 naar de internationale top te brengen. Maar eerst informeren we natuurlijk naar de gezondheid van de coach, die kort voor de interlands tegen Oostenrijk plotseling in het ziekenhuis belandde.   
 
Hoe gaat het nu met je?
“Goed. Het was wel even schrikken. Tijdens een clinic in Almere kreeg ik opeens pijn in mijn buik. Die pijn werd steeds erger, maar ik wilde in de sporthal blijven om naar een wedstrijd van de HandbalAcademie te kijken. In de pauze ben ik er toch sneaky  tussenuit geglipt en in de auto gestapt om terug naar Emmen te rijden. Onderweg moest ik twee keer stoppen omdat het mij zwart voor de ogen werd en ik moest overgeven van de pijn. Dus heb ik Rika gebeld en die heeft meteen het ziekenhuis gewaarschuwd. Daar aangekomen, dachten de artsen eerst dat ik last van mijn galstenen had. Vervolgens hebben ze me platgespoten met morfine, maar de pijn hield aan. De ochtend daarop kwam er een chirurg langs die mij vertelde dat ze direct de zaak wilden 'openhalen'. Bovendien werd er meteen even bijgezegd dat ik moest beseffen dat ze tijdens de operatie ‘van alles konden tegenkomen’. Het maakte me helemaal niets uit. Zolang die pijn maar over ging. Toen ik na de operatie wakker werd, kreeg ik te horen dat alles in orde was. Het bleek uiteindelijk om een verkleving in de overgang van de dikke naar de dunne darm te gaan. Helaas is de zaak gaan ontsteken en ben ik twaalf dagen enorm ziek geweest. Ik heb bijna niet geslapen en ging helemaal kapot van de pijn. Daarna nam die pijn wat af en bleek ik acht kilo afgevallen. Gelukkig ben ik inmiddels weer helemaal topfit.”
 
Vond je het lastig om tijdens het herstel de sport uit je hoofd te zetten?
“Dat was ik heel moeilijk, ja. Na twee weken rust ben ik thuis begonnen met het uitwerken van het plan voor de ontwikkeling van de herenselectie in de komende jaren. Ton van Linder en Gino Smits zijn bij me langsgekomen en samen hebben we de basis besproken en het verder uitgewerkt. De ideeën zaten al tijden in de kop, maar nu had ik de tijd om er goed over na te denken en het op papier te zetten. Ook wat mijn rol voor de komende jaren aangaat. Daar zijn we nu met elkaar inhoudelijk over in gesprek.”
 
En dan waren er nog die twee wedstrijden tegen Oostenrijk waar je oorspronkelijk bij had moeten zijn…
“Ja, maar de specialisten drukten mij op het hart dat mijn herstel toch echt voorop moest staan. Dus heb ik vanuit huis via internet naar de eerste uitwedstrijd gekeken. Ik heb echt alles bij elkaar gevloekt wat los en vast zat. Ik vond het onbegrijpelijk dat er zo’n dip in de ploeg kon optreden. Natuurlijk was het vooraf al duidelijk dat Fabian van Olphen er niet bij zou zijn. Hij heeft zich al een paar keer met blessures moeten afmelden, en heeft nu definitief besloten om te stoppen met de nationale ploeg. Door zijn afwezigheid, en die van Gerrie Eijlers, was ik ervan overtuigd dat Bartek Konitz zou opbloeien. Uiteindelijk bleek hij de enige die nog enigszins overeind bleef. De rest had een complete off day.”
 
Wanneer heb je je weer bij de groep aangesloten?
“Ik ben eerst in Emmen bij de thuiswedstrijd tegen Oostenrijk gaan kijken. Heb me nergens mee bemoeid en alle vrijheid aan Gino en zijn tijdelijke assistent Henk Groener gelaten. Wel had ik in de weken voor de wedstrijden bijna dagelijks telefonisch contact met Gino, waarbij ik hem een paar tips heb gegeven. Wel zei ik er steeds bij dat hij zich vrij moest voelen om er niets mee te doen. Zo heeft hij uiteindelijk een aantal dingen gedaan die ik anders had aangepakt, maar dat zou bij iedere coach het geval zijn geweest.”
 
Dingen zoals?
“Dat zit ‘m in de keuzes voor bepaalde spelers, maar je zult begrijpen dat ik hier in een interview niet al te diep op in wil gaan.”
 
Die thuiswedstrijd was een lust voor het oog. Nederland speelde mooi en verzorgd handbal, zonder dat Oostenrijk de wedstrijd liet schieten.
“We hebben een ploeg die dat kan en er komen nog veel meer talenten aan. Ik zeg altijd dat we op iedere positie ongeveer ‘anderhalf’ keer bezet zijn. Wil je internationaal meetellen, dan moet de ploeg op iedere positie eigenlijk drie absolute topspelers kunnen plaatsen. Zelfs met een dubbele bezetting haal je de top-15 van de wereld niet. Het was dramatisch hoe we in de uitwedstrijd door de mand vielen. Ik vind het een compliment aan Gino en Henk hoe ze de zaak daarna hebben bijgestuurd. Kijk, op dit moment staan we 22e op de wereldranglijst en hebben we tegenstanders als Oekraïne verslagen. We kunnen van ieder land lager dan – zeg – de top-12 winnen, maar zijn daar nog niet constant genoeg in.”
 
Bondscoach, leraar lichamelijke opvoeding, eigenaar van een fitnesscentrum, verkoper van daglichtlampen, eigenaar van het bedrijf Print Point, commercieel directeur bij voetbalclub Emmen… Zijn we nog iets  vergeten?
“Met oud handbalinternational Frank van der Zanden, die getrouwd is met mijn nicht Annette, heb ik in Emmen nog steeds een reclamebedrijf; Print Point Totaalreclame. Daar vervul ik geen feitelijke functie, want ik heb een baan van dertig uur bij het NHV wat echter inhoudt dat je er de hele week mee bezig bent. Weet je wat het is? Ik ben een heel onrustig type. Ik heb in het onderwijs gezeten en was zo’n zes tot zeven jaar docent lichamelijke opvoeding.  Vervolgens werd ik stagecoördinator bij een MEAO. Prachtig werk! Het was een halve leidinggevende functie, dus voor dat ik het wist, werd ik adjunct-directeur van die school. Ondertussen runde ik een goed lopend fitnesscentrum, dat ik precies op het juiste moment kon verkopen. Op een dag werd ik benaderd door voetbalclub Emmen met de vraag of ik er algemeen directeur wilde worden. Ik vond dat ik er meer kon betekenen in de functie van commercieel directeur. Dat heb ik vervolgens zo’n zeven jaar gedaan. En ook daar heb ik een fijne tijd gehad plus een prima netwerk opgebouwd.”
 
Wat waren je eerste ervaringen met de handbalsport?
“Tot mijn vijftiende zat ik in de Drentse volleybalploeg en in de noordelijke atletiekploeg. Ik ben jarenlang noordelijk kampioen hoogspringen en speerwerpen geweest. Ook als senior. En ik was keeper in de C1 van voetbalclub Emmen. Samen met Jan van Beveren. Die zit nu postzegels te verzamelen in Amerika, haha! Op mijn vijftiende ben ik vanuit school, de HBS, begonnen met handbal. Twee jaar later zat ik in jong oranje en heb ik definitief voor handbal gekozen. Dat kwam vooral omdat ik er veel vrienden had. Achteraf gezien, had ik voor de financiën misschien beter een leven als profvoetballer kunnen kiezen, haha!”
 
Waarom ben je trainer geworden?
“Op de ALO gaf ik handballessen omdat de speldocent in kwestie er geen verstand van had. Daarna ben ik ook docent handbal op het CIOS geweest en in de periode dat ik zelf speelde, heb ik continue jeugd getraind en ploegen overgenomen wanneer er weer eens een trainer opstapte. Waar dat vandaan komt? Het is een hobby. Het is mijn passie. In de zaal werken met die gasten, dat is het mooiste wat er is. Ik ben bondscoach van de A-ploeg maar tegelijkertijd ook coördinator van het hele jeugdplan bij de heren. Daarmee kan ik de hele lijn van boven tot onder bewaken. Vorig jaar hadden we geen trainer voor de Talents en heb ik het zelf opgepakt. Dat beviel me erg goed, dus ga ik daar ook dit jaar mee door. Met de assistentie van Edwin Kippers, een trainer die dit jaar de HT4-cursus heeft afgerond en graag in zichzelf wil investeren. Bovendien neem ik de Youth-selectie over omdat Joop Fiege weg is en de Youth het speerpunt vormt van ons  plan op weg naar 2016.”
 
Wat is de grootste misvatting over het vak van bondscoach?
“Dat het een fantastisch betaalde job is? Dit is in de voetballerij wel zo, maar in de meeste sporten zoals handbal zeker niet. Wij werken ‘gewoon’ volgens voor de geldende NOC*NSF-normen. Het is zeker niet meer dan ik in het onderwijs als directielid verdiende. Ik doe het omdat het een uitdaging is. Ik ben 16 jaar geleden ook 6 jaar als bondscoach werkzaam geweest, maar ben toen gestopt omdat er organisatorisch niets mogelijk was. De ‘drive’ is er nog steeds. Ik ben er namelijk van overtuigd dat we met de mannen naar de wereldtop kunnen.”
 
Waar baseer je dat op?
“Op het talent dat er is. De huidige Youth is een fantastische groep en bij de nieuwe lichting Talents lopen ook zeker zo’n tien tot twaalf toptalenten rond. Misschien zijn het er niet zes per positie – zoals bijvoorbeeld bij de jeugd in Zweden –, maar we hebben er zat. Bij de dames zijn er wellicht nog meer talenten. Ik had bij de WK in Korea voor de meiden <20 absoluut op een medaille gerekend, misschien wel op goud of zilver.”
 
Wat is de mooiste handbalwedstrijd die je ooit hebt gezien?
“De WK-finale van twee jaar geleden, Frankrijk tegen Kroatië, zal ik niet snel vergeten. Samen met Gino ben ik naar Kroatië geweest en dat was absoluut een unieke ervaring. Die hal was net een lichtkegel, midden in een open veld. Er was plaats voor 11.000 mensen en binnenin troffen we één grote, rood-wit geblokte mensenmassa aan. Dat was niet normaal meer, wat een sfeer! Die Fransen waren zó sterk! En dichter bij huis natuurlijk de interland die wij in Emmen tegen Oekraïne speelden. Voor Nederlandse begrippen was dat echt top.”
 
En welke wedstrijd wil je als bondscoach het liefst zo snel mogelijk vergeten?
“Uit tegen Polen. Daar werden we helemaal van de mat geveegd. Dat is natuurlijk wel eens vaker gebeurd, maar we waren er echt totaal kansloos. Als ze lostrekken, dan verliezen we van ieder land uit de top-7 met minimaal tien goals verschil. Dat verschil is zó groot. Wanneer je tegen de Polen, Fransen of Kroaten speelt, dan ben je bij voorbaat de mindere. Omdat we zo langzamerhand wel weten wat de internationale verhoudingen zijn.”
 
Los van het technische of tactische kwaliteitsverschil, komen we ook fysiek veel tekort.
“Daar raak je precies de kern. Tot 16 of 17 jaar zijn we in de jeugdopleiding net zo goed als bijvoorbeeld de Zweden of Duitsers. Dat maakt helemaal niets uit. Een dik jaar geleden werden we met de jongens op het Open EK in Zweden vijfde van Europa. Een geweldig resultaat. Een jaar daarna, spelen we kwalificatiewedstrijden en verliezen we met ruime cijfers. Binnen één jaar was er namelijk een grote afstand op fysiek gebied ontstaan. Iedere club denkt dat we het in Nederland fantastisch doen, dat we prima met fysieke trainingen en handbalscholing bezig zijn. Er is  een paar clubs – Volendam, E&O en Limburg Lions – die 10 tot 14 uur per week in de hal trainen. Die gasten zullen er nog 6 tot 8 uur aan gerichte fysieke training toe moeten voegen want daar ligt het grote probleem. Misschien komen Aalsmeer, Bevo en Hurry Up of Quintus ook in de buurt, daarna houdt het snel op. Iedereen is overtuigd van de eigen goede bedoelingen en roept daarom dat we helemaal geen HandbalAcademie voor jongens nodig hebben. Ik weet echter zeker dat als die Academie er niet komt, we internationaal de boot blijven missen. Kijk hoe de meiden van de Academie fysiek zijn gegroeid! Dat zijn brokken graniet geworden, zonder dat ze hun explosiviteit hebben verloren. Tegen een dergelijke ontwikkeling kan geen club  in Nederland op!”
 
Waarom is er nog geen HandbalAcademie voor jongens?
“Dat heeft met geld te maken. Het plan voor de meiden is destijds heel goed door Sjors Röttger en Monique Tijsterman opgezet en vakkundig aan het NOC*NSF gepresenteerd. Die hebben de subsidies toegekend omdat de Academie prima aansloot bij de status en ambities van de dames A-ploeg. Inmiddels is er ook een plan aan de herenkant, maar ik wil daarbij wel graag de medewerking van de clubs hebben. Het liefst was die Academie er dit jaar al geweest, want er is nu een groep jongens die staat te popelen. We hebben een anonieme inventarisatie bij de Youth gehouden en daaruit bleek dat – op één speler na – iedereen graag aan de Academie wil deelnemen. We zijn afhankelijk van een stad of provincie die ons plan wil oppakken, want op Papendal is geen plaats. Er lopen verschillende gesprekken waar ik helaas nog niets over kan zeggen. Ik heb echter goede hoop dat we over een jaar met een HandbalAcademie voor jongens kunnen starten. Overigens vind ik op persoonlijke titel dat alle spelers bij de clubs moeten blijven. Ik wil niet met de Academie de competitie in. Veel van die gasten spelen al in de eredivisie en dat is toch een behoorlijk niveau voor jongens van zeventien of achttien jaar. ”
 
Sterker worden op de Academie is één ding, maar je zult bij de heren misschien wel op lengte moeten selecteren, wil je internationaal meetellen.
“Dat doen we ook. Bij de eerste lijn is lengte niet zo belangrijk, al zul je aan de cirkel wel een grote ‘bully’ moeten hebben. Daar staat nu Toon Leenders en die is 2,02 meter. Wellicht is Leon van Schie net te klein voor zijn positie, maar wel heel lastig te verdedigen. In de tweede lijn hebben we inderdaad lengteproblemen. Iso Sluijters is weliswaar 1,98 meter lang, maar komt nog kracht tekort. Die zou eigenlijk wat extra uren in het krachthonk moeten doorbrengen. Lengte is overigens prima, maar de jongen zullen wel over een groot atletisch vermogen moeten beschikken. De tijd van de grote Russische reuzen is al lang voorbij.”
 
Wat vind je ervan dat er in Nederland makelaars rondlopen die jonge handballers zo vroeg mogelijk naar het buitenland willen loodsen?
“Belachelijk! Nicky Verjans is een voorbeeld hoe dat toch goed kan gaan, maar bij Remco Hagen is het helemaal mis gelopen. Die kwam gedesillusioneerd uit Magdenburg terug. Bobby Schagen moet ook kunnen slagen. Let wel, het lukt op zo’n jonge leeftijd alleen bij echte natuurtalenten. Wat nog veel belangrijker is: ze moeten er ook als mens aan toe zijn. Ik ben hartstikke blij dat Boomhouwer weg is. Niet voor Aalsmeer natuurlijk, wel voor zijn persoonlijke ontwikkeling. Henk Groener heeft geregeld dat hij nu bij Emsdetten wordt ondergebracht.”
 
Wat staat er in de agenda voor de mannen van Oranje?
“In oktober start een nieuwe kwalificatieronde, ditmaal voor de EK 2012 in Servië. We spelen tegen de Noren, Tsjechen en Grieken. Dat is een verschikkelijk zware missie, maar ideaal als leerproces voor jonge spelers. Ik ga er alles aan doen om in ieder geval tot en met 2012 de transitie naar een nieuw, ambitieus Nederlands team door te voeren. In 2012 moet er een groep staan van een man of 25 die vier jaar door kan om uiteindelijk in 2016 de wereldtop te halen. Misschien dat daar nog vijf of zes spelers uit de huidige lichting bij zullen zitten. Dat betekent dat we veel energie in die jonge talenten moeten steken. Door ze zoveel mogelijk internationale ervaring op te laten doen.”
 
Betekent dit dat je al voor de komende EK-kwalificatie aan verjonging van de huidige selectie gaat werken?
“Ja, heel duidelijk. We doen niemand weg, we zullen nieuwe jonge spelers oproepen die de concurrentie met de huidige spelers aan moeten gaan. Dat selecteert zich vanzelf uit. Er is maar één opdracht: in 2016 moet er een topteam staan.”
 
Wat zie je inhoudelijk als belangrijkste verbeterpunten?
“Dan kom ik weer bij het fysieke aspect uit. Wij missen kracht, dus hebben we tijd nodig om sterker te worden.”
 
Hoe verschillend is het om met mannen of vrouwen te werken?
“Met vrouwen gaat het veel makkelijker! Ik ben zo’n vijf jaar met de vrouwen van E&O bezig geweest en train reeds vier jaar mee op de HandbalAcademie. Echt, met vrouwen  is het een stuk eenvoudiger. Je kunt ze een opdracht geven, ondertussen een ‘kopje koffie aan de bar drinken’ en dan zijn ze nog met die opdracht bezig zijn als je weer op het veld stapt. Overigens geen slechte eigenschap voor speelsters die beter willen worden. Bij mannen is dat ondenkbaar. Daar moet je als trainer meer bovenop zitten.”
 
Hoe zou je de huidige staat van het Nederlands handbal willen omschrijven?
“De competitie is te zwak. Dat lijkt me duidelijk. Een aantal clubs is echter goed bezig. Het schoolvoorbeeld is Volendam. Ook qua organisatie en structuur. Goed dat Joey Duin inmiddels voor Volendam heeft gekozen. Er zijn echter te weinig clubs die in de sport willen of kunnen investeren. Dat heeft natuurlijk met geld te maken. Ook de jeugdopleiding is een probleem. Er is beperkt kader beschikbaar. Hoeveel goede jeugdtrainers lopen er eigenlijk in Nederland rond? Het opleidingstraject ziet er best goed uit, maar we moeten er voor waken dat we aankomende trainers niet overvoeren met theoretische zaken over bijvoorbeeld inspanningsfysiologie en mentale coaching. We moeten met die trainers tijdens de opleiding vaker de zaal in. Het gaat uiteindelijk om de praktijk.”
 
 Hoe ga je je plannen in het land verkopen?
“Zodra de competitie is gestart, maken Ton van Linder en ik een rondje langs alle eredivisieclubs bij de heren. Daar willen we graag met de technische mensen praten. Wanneer er dan bestuurleden aanschuiven, heb ik daar absoluut geen problemen mee. Als er problemen of bedenkingen zijn, dan hoor wij dat wel. Maar ik ga ze wel mijn verhaal vertellen. Ik betrap mezelf er wel eens op dat ik teveel in het belang van de bond denk en concessies doe. Dat moet ik niet meer willen. Dit is onze  weg en zo wil ik onze doelen bereiken. Zonder politieke omwegen. Dan maar wat scheve gezichten, zo nu en dan. Ik wil nu spijkers met koppen slaan. Dan lever ik over twee jaar, aan het eind van mijn contract, een ploeg af die er staat en die kan doorgroeien naar een hoog internationaal niveau in 2016.”
  
Tenslotte, het volgende zomerinterview op Handbal.nl is met één van jouw internationals; Jasper Snijders. Wat zou je hier aan hem kwijt willen?
“Jasper is een jongen die we er doelbewust bijgehaald hebben. Hij is een heel creatieve middenopbouwer. Ik heb hem veel gevolgd bij Volendam en we twijfelde aanvankelijk of we hem weer moesten selecteren. Jasper investeert echter zoveel in zichzelf, dat hij met grote stappen vooruit gaat. Bovendien is het een fijn mens. Wel vind ik dat hij naar buiten toe harder moet worden. In het veld zal hij bovendien vaker voor zichzelf moeten kiezen, veel meer voor zijn eigen goals moeten gaan. In de Nederlandse competitie ondervindt hij te weinig tegenstand. Daar maakt hij met gemak vijf of zes goals per wedstrijd. Ik wil dat hij die lijn straks tegen Noorwegen en Tsjechië  doorzet. Wij moeten namelijk de aandacht van onze koningsschutters op links en rechts – Konitz en Bult – gaan afleiden. Daarbij kan ik hem goed gebruiken. Jasper is 27 en ik hoop van harte dat hij het volhoudt om in de komende jaren bij ons plan aan te haken. Hij kan nog veel beter, maar mijn vertrouwen heeft hij in ieder geval.”



Bron: NHV Landelijk

Nieuwsarchief
Handbal, een dynamische sport voor mensen met passie!
©2007-2012 NHV | Disclaimer | Sitemap | Suggesties & Vragen | Realisatie Onsweb