Get macromedia Flash Player Let op! Uw browser ondersteunt geen flash. Hierdoor kan de pagina niet optimaal worden weergegeven.
Klik op de banner links om flash te downloaden en te installeren.

Geld Lenen

Download nu de Handbal app!

Het grote zomerinterview, deel 4: Silvia Hofman
Het grote zomerinterview, deel 4: Silvia Hofman

Eerder deze zomer spraken we met bondscoaches Henk Groener en Harrie Weerman, plus international Jasper Snijders. We sluiten het vierluik aan zomerinterviews nu af via een goed gesprek met Silvia Hofman, de sympathieke speelster uit de nationale selectie en sinds dit seizoen weer voor T+A/VOC in de Nederlandse competitie actief. We treffen Silvia op de parkeerplaats voor sporthal Elzenhagen, waar we – zittend onder een zomers zonnetje – haar indrukwekkende carrière eens onder de loep nemen.
 
Hier in Amsterdam is het allemaal voor je begonnen!
“Ehh, ja, heel vroeger wel, ja. Mijn moeder was trainster, coach en scheidsrechter. Ze deed van alles in het handbal. Dus ging ik vanzelf als kind naar alle de trainingen. Mijn oudste zus zat op ballet, dus deed ik dat eerst ook. Qua figuur bleek dat uiteindelijk toch niets voor mij te zijn. Mijn moeder vroeg toen waarom ik niet op handbal ging. Vanaf het eerste moment dat ik een bal in mijn handen had, was het meteen duidelijk. Klaar! Dit was mijn sport.”
 
Dat was bij een club die nu niet meer bestaat.
“Ja, bij DJK. Ik ben vervolgens naar Aristos gegaan, omdat die veel aandacht aan de ontwikkeling van de jeugd besteedden. Omdat mijn moeder er training gaf, gingen we met z’n allen automatisch mee. Ik heb er tot ongeveer mijn veertiende of vijftiende gespeeld. Zelfs nog een paar wedstrijden in dames 1. Voordat ik op mijn negentiende naar Hellas ging, heb ik ook nog even bij Kwiek Amstelveen in de eerste divisie gespeeld. Dat was onder George Dekeling. Ik zat toen al bij de Oranje-selectie en kon ook wel naar een eredivisieploeg, maar als je daar dan niet speelt, leer je er ook niets.”
 
Waarom heb je toen voor Hellas gekozen?
“Veel meiden uit Jong Oranje speelden er ook; Maaike Turnhout, Pearl van der Wissel, Mariska Schenkel, Ingeborg Vlietstra… Dat was een mooi, jong team. Met meiden waarmee ik in Zeist al bijna dagelijks trainde. Na twee jaar ging er een aantal meiden naar het buitenland en zakte de ambitie van de ploeg in. Toen ben ik naar Quintus overgestapt. Omdat zij wel een ambitieus plan presenteerden.”
 
Heeft het feit dat je Rolf Schulte – jouw oude trainer bij Quintus – nu weer tegenkomt, te maken met de overstap naar T+A/VOC?
“Als ik eerlijk ben, had ik het liefst nog in het buitenland gehandbald. Door de economische situatie zat dat er dit jaar niet in. Door blessures heb ik twee jaar weinig kunnen spelen. Op dit moment is de crisis bij veel teams in Duitsland voelbaar. Dat maakt het voor mij extra lastig om weer een ploeg in de eerste Bundesliga te vinden. Er was voldoende animo vanuit de tweede liga, maar dat wilde ik niet, omdat ik daar niet veel beter van word. In de vorige jaren mocht ik, als de Duitse competitie stil lag en ik in Nederland was, altijd bij T+A/VOC meetrainen. Dus wist ik wat ik in Amsterdam kan verwachten. Op het moment dat ik de afweging moest maken tussen nog een jaar in de tweede Bundesliga of een jaar bij T+A/VOC, heb ik bewust voor de Nederlandse top gekozen.”
 
Waren Spanje of Denemarken geen optie voor je?
“Nou, er is erg weinig vraag op dit moment. De crisis is overal en zodra ze mijn naam Google-en, zien de clubs natuurlijk dat ik de laatste jaren weinig heb gespeeld.”
 
Is dat niet frustrerend voor iemand die zich al jaren volwaardig international mag noemen?
“De realiteit is, dat het overal terugloopt. Alle Denen gaan terug naar Denemarken en de Duitsers die in Denemarken spelen, gaan weer terug naar Duitsland. Hier in Amsterdam trainen we, inclusief krachttrainingen, vijf keer in de week. Dan hoop ik ook nog twee keer in de week met de heren van Volendam mee te trainen en zo weer op mijn oude sterkte terug te komen.”
 
Je sluit niet uit dat je volgend jaar weer naar het buitenland vertrekt?
“Die ambitie is er nog wel, maar het kan ook zijn dat het mij hier zo goed bevalt, dat ik gewoon in Nederland blijf. Ik train zoveel mogelijk, omdat ik nog wel in aanmerking voor het Nederlands team wil komen. Of ik geselecteerd word voor het EK? Dat weet ik natuurlijk nog niet, maar ik doe mijn uiterste best. Ik train misschien wel meer dan in het buitenland. Of dat voldoende is, moet blijken, want ik mis straks natuurlijk de competitiewedstrijden op het aller hoogste niveau. Het voordeel is, dat we met T+A/VOC de voorronde van de Champions League spelen en een eventueel vervolg in een andere Europese competitie. Dat zijn wedstrijden met sterke tegenstanders.”
 
Heb je de Nederlandse competitie een beetje gevolgd? Weet je wat je te wachten staat?
“Nee, niet zo heel veel, moet ik zeggen. Vorig jaar was ik bij de bekerfinale. Ik weet dat veel ploegen aan het verjongen zijn. Dat het niveau heel langzaam weer omhoog gaat. Nadat ik bij Quintus ben weggegaan, zijn ook veel andere speelsters naar het buitenland vertrokken. Dat heeft de competitie behoorlijk verzwakt. Gelukkig zie ik nu weer een weg omhoog. Dat heeft ook met de komst van de HandbalAcademie te maken en met het besef bij veel clubs dat er meer moet worden getraind.”
 
Terug naar jouw eerste jaar in Duitsland. Wat is je toen het meeste opgevallen, in vergelijking met het handbal in Nederland?
“Eén ding is overduidelijk; in tegenstelling tot wat veel mensen denken, ben je er niet de hele dag met handbal bezig. Je traint weliswaar twee tot vier uur per dag, maar daarnaast is er nog een ander leven. Het ligt aan jezelf hoe snel je je aan dat leven kunt aanpassen en het helpt als je bijvoorbeeld een landgenoot in het team hebt. In eerste instantie denk je: ‘Ha, lekker handballen!’, maar wat doe je in de overige uren? Dat kan in het begin soms best wel eenzame situaties opleveren. Vooral als je de taal nog niet goed spreekt. De jonge meiden die denken dat ze het wel even in het buitenland gaan maken, zullen zichzelf vast en zeker nog tegenkomen.”
 
Wat deed jij er nog naast?
“Ik volgde een studie voor banketbakker. Die heb ik in Nederland afgerond, maar in Duitsland heb ik altijd gewerkt. Dan ontmoet je naast het handbal nog andere mensen en kun je over andere dingen dan handbal praten. Dat bleek voor mij een ideale combinatie.”
 
Dus jouw grootste tip is: leer de taal en zoek er een baan bij?
“Dat weten de meeste meiden wel. Ik zou ze ook aanraden om veel dingen met ploeggenoten te ondernemen. Dat schept een band.”
 
Wat is het verschil op sportief gebied?
“Ik merk dat hier in Nederland, zodra we twee uur trainen, soms aan het eind de concentratie wegzakt. Dat is in Duitsland toch minder, misschien omdat het toch ook je baan is. Er wordt best wel gelachen, maar er moet tot de laatste minuut worden gewerkt. Dat is niet altijd even leuk, het werpt uiteindelijk wel z’n vruchten af.”
 
Van welke trainers heb je het meeste geleerd?
“Dat zijn er twee. Op handbalgebied was dat Bert Bouwer. Hij is zelfs bij mij op school gekomen om extra uren training te geven. En Michel van Halderen, mijn krachttrainer met wie ik al sinds de tijd van Bert Bouwer samenwerk.”
 
Grappig dat je een krachttrainer noemt.
“Ja, maar hij is wel heel erg belangrijk voor mij geweest. In de tijd dat ik in Duitsland zat, hoefde ik maar te bellen en hij stuurde een schema op. Ik kan altijd bij hem langskomen. Kracht wordt steeds belangrijker in de handbalsport. Ook tijdens en na het herstellen van blessures.”
 
Wat heb je van Bert Bouwer geleerd?
“Dat begon bij de basis. Ik kon natuurlijk al wel handballen, maar hij heeft mij laten zien hoe het veel beter kon. Neem mijn sprongschot, bijvoorbeeld. Daar hebben we tot in detail aan gewerkt. Ook aan mijn voetenwerk. Dat was soms best wel lastig, want ik ben redelijk lang en dus minder beweeglijk in de benen. Helaas was de tijd te kort, want ik had nog veel meer van Bert kunnen leren.”
 
Je wordt in oktober 29. Ben je uitgeleerd en uitontwikkeld of zijn er onderdelen waar je nog aan wilt werken?
“Je bent nooit uitgeleerd. Niet binnen het veld, niet er buiten. Alles is te verbeteren. Mijn zwakke punt is dat is vaak te sociaal ben. Ik moet vaker, om het op z’n Amsterdams te zeggen, ‘schijt aan iedereen hebben’ en gewoon voor mijn eigen kansen gaan. Ik hoop hier een goed seizoen te draaien en de meiden het een en ander bij te kunnen brengen. Bij het Nederlands team ben ik de afstandsschutter. Dus verwacht de bondscoach doelpunten van mij. Helaas heb ik in oktober van het vorig jaar mijn vinger gebroken en toen ik weer mocht spelen, kreeg ik er opnieuw een tik op. Daardoor ben ik er best lang tussenuit geweest en miste ik wedstrijdritme. Hoewel ik wel fit was.”
 
Worden jouw capaciteiten als schutter in het Nederlands team onderschat?
“Natuurlijk wil ik zestig minuten spelen. En natuurlijk heb ik begrip voor situaties wanneer andere speelsters op mijn positie beter zijn. Als dat niet zo is en ik speel niet, dan probeer ik dat tijdens de wedstrijd zo min mogelijk te laten merken. Na afloop wordt er dan zeker over gesproken. Vroeger misschien wat minder, maar nu laat ik absoluut van mij horen zodra ik het ergens niet mee eens ben. Zoiets verandert naarmate je ouder wordt. Ik denk zelfs, dat als ik dit eerder had geleerd, dat er wellicht meer in mijn carrière had gezeten. Ik ben te sociaal geweest. Had meer tegengas moeten geven, maar dat zit niet echt in mijn karakter.”
 
Merk je dat de jongere meiden in Oranje van jouw ervaring willen leren?
“Ja, zeker als het gaat over het leven als handballer in het buitenland. Daar hebben we het veel over gehad. Ons team bestaat uit een goede mix tussen jong en oud en ik behoor inmiddels tot de oudjes, haha!”
 
De ploeg richt zich via het Holland Handbal Toernooi op de EK in Noorwegen en Denemarken. Doe eens een voorspelling?
“Dat is heel moeilijk. Laten we tijdens het Holland Toernooi eerst maar eens kijken hoe de groep er voor staat. Hoe gaan de meiden die nu net in het buitenland spelen met die ervaring om? Het is toch een grote stap en dat kan twee kanten op. De potentie is er en iedereen wil graag. Het moet er alleen op het juiste moment uitkomen. Het gebeurt nog te vaak dat we hele goede oefenwedstrijden spelen, maar zodra het er echt op aankomt, laten we het schieten. Dat moet er uit. Het gaat steeds iets beter en de groep wordt steeds volwassener.”
 
Wat moet er op technisch of tactisch gebied nog veranderen?
“We moeten vaker met elkaar trainen. Het gaat om automatismen. Die zitten er nu te weinig in. Tijdens trainingsstages lopen we de eerste dagen naar elkaar te zoeken. Dan gaat het pas op het eind echt lopen. Dat is zonde. Daarna zie je elkaar weer twee maanden niet. Het startpunt heeft dus teveel tijd nodig omdat we elkaar te lang niet hebben gezien. Zodra we vaker trainen, komen we sneller ‘tot zaken’. Gelukkig is de selectie vrij stabiel, zodat je elkaar steeds minder hoeft uit te leggen. Over dingen als timing bijvoorbeeld. Wanneer moet je er in de dekking uit en wanneer kun je beter blijven staan? Het gaat om hele kleine afspraken die toch superbelangrijk zijn als je tot grote prestaties wilt komen.”
 
Oranje kan nog wel een paar schutters gebruiken.
“Sinds ik erbij ben, ligt de nadruk op snelheid en beweeglijkheid. Er is weinig ruimte voor afstandschutters. Dat hoort nou eenmaal minder bij onze speelstijl. Persoonlijk denk ik dat we daar best iets meer in mogen afwisselen. Loopt het niet, zet dan de afstandschutters maar in. Vooral op rechts komen we nog schotkracht tekort. Natuurlijk hebben we Laura van der Heijden, maar die kan niet vier wedstrijden zestig minuten achter elkaar spelen. Ik had er graag nog een sterke linkshander bij gezien.”
 
Met welke plek ben je op de EK tevreden?
“Met de hoogst haalbare positie. Het is moeilijk te zeggen welke plaats dat is. Zolang we er maar alles uithalen wat er in zit. Hopelijk valt dan alles op z’n plaats.”
 
Wat is de mooiste wedstrijd die je ooit hebt gespeeld?
“Ik hoop dat die nog komt. Het WK in Rusland in 2005 was een hele happening. We zijn er met Sjors Röttger vijfde geworden. Ik heb weinig gespeeld, maar het heeft een grote indruk achtergelaten. Ik ben als instromer bij de Meiden Met Een Missie gekomen, het grootste deel daarvan heeft uiteindelijk dit WK nog kunnen spelen. Het is mooi om te zien hoeveel werk je er met z’n allen hebt ingestoken en dat je dan na afloop weet dat je het hoogst haalbare er uit hebt kunnen halen. Dat geeft veel voldoening.”
 
En de mooiste clubherinneringen in Duitsland?
“Ik ben met Blomberg in de tweede Bundesliga begonnen. Bij Thuringen (Erfurt) ben ik van de tweede naar de eerste liga gepromoveerd en heb daar een leuke tijd gehad. Met dezelfde trainer die Marcella Deen nu tegenkomt. Geen training was hetzelfde bij Dago Leukefeld. Die is echt top. Ik heb veel van hem geleerd.”
 
Denk je al na over een leven na de sport?
“Daar ben ik al lang mee bezig. Sinds ik mijn opleiding heb afgerond, heb ik in Duitsland bij een banketbakkerij gewerkt. Want van handbal in Duitsland kon ik weliswaar rondkomen, maar ik verdiende niet genoeg om geld opzij te kunnen zetten. De laatste twee jaar volg ik met het oog op mijn toekomst een cursus sportpsychologie en sportvoeding. Nu wil de kant van fitnessinstructeur op. Via een Fitvak-opleiding bij Michel van Halderen. Hier in Amsterdam zal ik ondertussen gewoon een baan en een woning moeten zoeken. In Duitsland werd dat voor mij geregeld. Ik zie mijzelf niet vijf dagen in de week in een banketbakkerij werken en zou bijvoorbeeld ook personal trainer willen worden. Afwisseling is leuk.”
 
Wat is je persoonlijke missie?
“Met T+A/VOC bovenin meestrijden om de landstitel en de beker. En de supercup. Ik hoop ook dat we in de Europacup ver komen. We moeten bij de eerste twee eindigen om een ronde verder te komen in de Champions League. Ik wil alles uit mijn loopbaan halen wat er in zit. Na mijn blessures wil ik eindelijk weer optimaal presteren. Bij de club en in het Nederlands team. Ik wil graag de Olympische Spelen nog eens halen! Zou dat niet geweldig zijn?”



Bron: NHV Landelijk

Nieuwsarchief
Handbal, een dynamische sport voor mensen met passie!
©2007-2012 NHV | Disclaimer | Sitemap | Suggesties & Vragen | Realisatie Onsweb