Schouderonderzoek

In samenwerking met het Sport Medisch Centrum Papendal en de Universiteit van Gent zal op 29 en 30 november 2010 een onderzoek plaatsvinden op Papendal bij de HandbalAcademie speelsters.

Wetenschappelijke studie: sportspecifieke adaptaties bij elite adolescente handbalspelers en de invloed van taping op deze variabelen
Verantwoordelijke: Prof dr Ann Cools, PT, PhD, Universiteit Gent, Vakgroep Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie.
Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met Dr Robert Van Cingel, PT, PhD, Papendal.

Schouderklachten bij bovenhandse sporters worden vaak toegeschreven aan foutieve houding- en bewegingspatronen ter hoogte van de schoudergordel en een onvoldoende optimale werking van de omliggende spieren. Zowel spierverkortingen als krachttekorten, gebrek aan uithouding als houdingsafwijkingen van het schouderblad en de wervelzuil worden als mogelijke oorzakelijke factoren van schouderklachten omschreven. In de literatuur zijn de verbanden tussen deze afwijkingen en schouderklachten reeds uitvoerig beschreven bij diverse sporters zoals baseball spelers, tennissers, volleybalspelers etc. Bovendien wordt in de recente literatuur steeds meer aandacht besteed aan de “kinetische keten” waarbij naast schouder-evaluaties ook rug- en heupmetingen worden uitgevoerd in het kader van de preventie en behandeling van schouderklachten.

Op basis van deze gekende associaties worden steeds vaker bij elite bovenhandse sporters sportspecifieke adaptaties in kaart gebracht, zodat eventueel preventief ingegrepen kan worden, met als doel op langere termijn het letselrisico te beperken. Tot nu toe werden deze sportspecifieke adaptaties nog niet beschreven bij elite handbalspelers. Aan de Universiteit Gentwerd dit academiejaar een kleinschalig onderzoek uitgevoerd naar enkele van deze parameters bij handbalspelers op provinciaal niveau (Masterproef).
Het onderzoek omvat 2 luiken, die gelijktijdig worden uitgevoerd bij de spelers
LUIK 1: Het doel van het onderzoek is om bij de elite adolescente handbalspelers in Papendal volgende sportspecifieke parameters te evalueren:

Onderzoek 1: schouderbladpositie (inclinometrie); kracht schouderbladspieren, schouderspieren, en heupspieren (compuFET dynamometer); lengte pectoralis minor (antropometrische meting); wervelzuilkrommingen (Spinal Mouse) en hoofdpositie (forward head posture-meting); schouder- en heup-beweeglijkheid naar exo- en endorotatie (goniometrie)

Onderzoek 2: dikte van de supraspinatuspees (echografie); hoogte van de subacromiale ruimte (echografie)

Onderzoek 3: 3-dimensionele analyse van de schouderblad positie (Fastrak- electromagnetisch systeem)

1e luik: In de preventie en behandeling van schouderklachten bij de bovenhandse sporter wordt de afgelopen jaren steeds meer gebruik gemaakt van taping technieken, in het bijzonder is de elastische kinesiotape bijzonder populair. Tot nu toe echter is de evidentie van deze taping technieken nog niet grondig onderzocht. Een 2de luik van dit onderzoek is dan ook om de effectiviteit van taping te onderzoeken op de voorgenoemde parameters. De tape (repositionering schouderblad naar posterieure tilt en retractie) zal aangelegd worden na de eerste evaluatie van elke speler waarna de metingen herhaald worden.
 
Deze 3 onderzoeken verlopen parallel en nemen elk +/- een halfuur in beslag. Elke atleet wordt maw 1,5 uur onderzocht door een team van 3  onderzoekers (assistenten UGent Lic Kristof De Mey, Annelies Maenhout, Maarten Van Herzeele) onder verantwoordelijkheid en coördinatie van Prof dr Ann Cools (die ook de taping interventie uitvoert).