Er is Meer te Winnen: coachen op sociaal gedrag

Bijscholing voor trainers en coaches / 4 dagdelen

Er is meer te winnen: coachen op sociaal gedrag

Sporten bij een sportclub draait niet alleen om het (aan)leren van sporttechnische vaardigheden. De sociale en persoonlijke ontwikkeling van de jonge sporter zijn zeker zo belangrijk. Te denken valt aan het functioneren in een groep, omgaan met tegenslag, doorzettingsvermogen en het accepteren van leiding. Niet voor niets wordt gesteld dat - na het gezin en de school - de sportclub het derde opvoedmilieu is. Vanzelfsprekend is de rol van de trainer-coach hierbij cruciaal.

Naarmate je als trainer beter in staat bent een positief en stimulerend sportklimaat te creëren en daarnaast óók goed kunt reageren op verstorend gedrag, zal je bijdrage aan de sociale en persoonlijke ontwikkeling van je sporters groter zijn. Daardoor wordt er vooral op persoonlijk vlak meer gewonnen.

Deze bijscholing leert je allereerst de vaardigheden om een positief en stimulerend sportklimaat te creëren waarbinnen je sporters zich sociaal veilig voelen en zich met plezier optimaal kunnen ontwikkelen. Kernbegrippen daarbij zijn ‘structureren’ en ‘stimuleren’. Een goede structuur betekent niet een knellend keurslijf van afspraken, maar geeft duidelijkheid en biedt juist ruimte voor ontwikkeling. Met stimuleren wordt onder meer bedoeld: positief coachen, aandacht geven aan het goede, primair de nadruk leggen op verbetering van de eigen vaardigheden en minder op het resultaat: winst of verlies.

Je traint tevens je vaardigheden om op de juiste wijze om te gaan met kleine en grote verstoringen. Als trainer sta je vaak voor de keus: negeren of ingrijpen? Wanneer en hoe reageer je? Welke reactie is in welke situatie het meest effectief? Soms zal je een sporter apart moeten nemen en hem in een kort gesprek ‘aan de zijlijn’ bewust maken van het effect van zijn gedrag. Hoe pak je dit aan?

De bijscholing is bedoeld voor trainers die aantoonbare ervaring hebben met het zelfstandig geven van lessen en trainingen. Een diploma is dan ook niet vereist. Deze bijscholing wordt gegeven op KSS niveau 3 van een bij NOC*NSF aangesloten sportbond.

Opzet/Programma 
Allereerst leer je in deze bijscholing de vaardigheden om een positief en stimulerend sportklimaat te creëren waarbinnen iedereen zich sociaal veilig voelt en zich met plezier optimaal kan ontwikkelen. Kernbegrippen daarbij zijn ‘structureren’ en ‘stimuleren’ zijn daarbij kernbegrippen. Structuur moet geen knellend keurslijf van afspraken zijn. Een goede structuur zorgt voor duidelijkheid en houvast, maar biedt ook ruimte voor ontwikkeling. Stimuleren omvat onder andere positief coachen, aandacht geven aan het goede, primair de nadruk leggen op verbetering van de eigen vaardigheden en minder op het resultaat, winst of verlies.

Tevens train je je vaardigheden op juiste wijze om te gaan met grotere en kleinere verstoringen. Wanneer reageer je en hoe reageer je? Als trainer sta je vaak voor de keus: negeren of ingrijpen? Je leert in welke situatie welke reactie het meest effectief is. Hoe ga je om met de eigenwijze jonge sporter die altijd liever zijn eigen gang gaat? Hoe ga je om met degene die de sfeer juist minder positief en minder sociaal veilig maakt. Of met degene die jouw rol en gezag ondermijnt?

Tot slot oefen je met een eenvoudig gespreksmodel eventuele correctiegesprekken.

Want hoewel je natuurlijk primair sporttrainer bent en geen opvoeder, is het soms nodig een sporter apart te nemen en hem bewust te maken van zijn gedrag.

Hoewel de bovengenoemde vaardigheden in de meeste trainerscursussen in meer of mindere mate een plek hebben, komen ze daar al snel in het gedrang tussen de aandacht voor de sporttechnische trainersvaardigheden. In deze bijscholing gaat het juist primair om de pedagogische vaardigheden van de trainer-coach. Als je deze vaardigheden beheerst, zul je op allerlei terreinen ‘winst’ boeken met je sporters!

De bijscholing bestaat uit vier bijeenkomsten van elk drie uur. Het programma kent verschillende didactische werkvormen: presentaties, discussievormen en oefeningen die direct te vertalen zijn naar het veld, het zwembad en de sportzaal, alsmede opdrachten die in de eigen praktijk moeten worden uitgevoerd. In de bijscholing wordt veel gebruik gemaakt van beelden uit de sportpraktijk.

Leerdoelen
* Bewust worden van jouw invloed op de sociale en persoonlijke ontwikkeling van de sporter;
* Inzicht krijgen in gedrag en gedragsontwikkeling van jonge mensen;
* Vaardigheden beheersen om een sociaal veilig, positief en stimulerend sportklimaat te creëren;
* Effectief kunnen omgaan met verstorend en ongewenst gedrag;
* Individuele sporters kunnen coachen op hun gedrag.

Je ontvangt na afloop van de bijscholing een bewijs van deelname. Informeer bij je bond of deze bijscholing mogelijk licentiepunten oplevert.